Frank van Eerd poseert in zijn bakkerij voor de zakken met speltmeel

In gesprek met:
Frank van Eerd

Bourgondisch leven is gezond leven

In het Zuid-Limburg Magazine lees je het verhaal van Zuid-Limburg, gezien door de ogen van bekende en minder bekende locals. In onderstaand interview uit het Zuid-Limburg Magazine vertelt Frank van Eerd waarom hij zoveel van de Zuid-Limburgse streekproducten houdt. Lees je mee?

~ Longread ~

De smaak van Zuid-Limburg

Als ze zouden willen, zouden Limburgers 75 procent van de eetbare producten die ze gebruiken in de eigen streek kunnen kopen. Maar dat doen ze niet, dus blijft de teller steken op slechts 2 procent. Gemakzucht, als je het Frank van Eerd, directeur en eigenaar van de Bisschopsmolen in Maastricht, vraagt. En dat is zonde, want Zuid-Limburgse streekproducten zijn niet alleen veel puurder van smaak, ze brengen op vrijwel alle fronten voordelen met zich mee.

Bijna twintig jaar geleden maakte de van origine Brabantse bakker de overstap naar Limburg. Hij heeft er altijd voor gekozen om in zijn bakkerij met louter lokale ingrediënten te werken. Niet alleen omdat hij de lokale economie graag ondersteunt, maar vooral omdat de producten die hij maakt het beste tot hun recht komen als ze zijn gemaakt met ingrediënten uit de buurt.

Bekijk de video

Herkomst

Vraag een willekeurig iemand naar een typisch Limburgs streekproduct, en het eerste antwoord dat je hoort is zonder twijfel ‘vlaai’. Dat kan ook bijna niet anders: al sinds mensenheugenis is vlaai hét handelsmerk van bourgondisch Limburg. Wie zich evenwel verdiept in de geschiedenis van de Limburgse vlaai, komt er al snel achter dat deze graag geconsumeerde traktatie eigenlijk helemaal niet zo Limburgs is. ‘De vlaai zoals wij hem kennen komt in de basis uit Zuid-Duitsland’, aldus Van Eerd. Daar werden al in de middeleeuwen de resten van brooddeeg en fruit samen gebakken. Wij ontdekten de ‘plattaarten’, namen ze mee naar huis en verfijnden de in de basis duurzame lekkernij tot de Limburgse vlaai die onze regio typeert.’

Niet alleen de Limburgse vlaai komt oorspronkelijk elders vandaan: de Romeinen hebben veel meer zaken mee naar Limburg genomen dan we ons kunnen voorstellen. Druiven bijvoorbeeld (en daarmee de wijnbouw), maar ook kersen en spelt. Oorlogen en steeds weer nieuwe bezetters drukten in de loop der geschiedenis hun eigen stempel op zo’n beetje alles. Zo zijn dialect en onze bevolking multicultureel, maar ook veel producten die we vandaag als streekproduct bestempelen.

Limburgs

Wat maakt een streekproduct dan tot een streekproduct? Niet echt een makkelijke vraag, vindt Van Eerd. ‘Zelf vind ik dat een streekproduct voor ten minste 70 procent dient te bestaan uit ingrediënten uit de desbetreffende streek. Verder is het van belang dat het product er ook daadwerkelijk is geproduceerd. Dat laatste gaat overigens niet voor alle streekproducten op. Neem de koffie van het Maastrichtse koffiehuis Maison Blanche Dael. De bonen die zij gebruiken voor hun ambachtelijke koffies komen van (ver) buiten Europa, maar diezelfde koffie wordt wel volgens een oude traditie - en op duurzame wijze - in het hartje van Maastricht gebrand. Ik vind dat een streekproduct, ook al kom je bij lange na niet aan de 70 procent. Anderzijds is een Limburgse vlaai pas écht een Limburgse vlaai als de bodem en het fruit samen gebakken worden, ongeacht de herkomst van de grondstoffen.’

Löss

Kijk je dan naar wat er wel en niet mogelijk is met de van nature aanwezige grondstoffen, dan zitten we in Limburg gebakken. Maar liefst drie op de vier ingrediënten die je nodig zou kunnen hebben, zijn in staat om hier te groeien. En dat is best bijzonder: geen enkele andere regio in Nederland is zó vruchtbaar als de onze. Dat hebben we voornamelijk te danken aan de hier aanwezige löss-grond. Deze aangewaaide grondsoort, ook wel Limburgse klei genoemd, ligt als een fijne, zijden deken over de Zuid-Limburgse heuvels en bestaat voor een groot deel uit kalk. Dat maakt dat vrijwel alles erop kan groeien en bloeien.

Gezondheid

Kijk je naar de voordelen van streekproducten, dan gaat het al snel over de gezondheid van de gebruiker. ‘Eten uit je eigen streek is wel drie keer zo gezond als eten dat van verder weg komt. Dat komt enerzijds door een redelijk transparante productieketen: ‘ons kent ons’. Daardoor weten we vrij goed wat er allemaal met de ingrediënten gebeurt voordat ze bij de klant terecht komen. Haal je je ingrediënten in Verwegistan, dan is het maar de vraag wat er onderweg allemaal mee gebeurt. Daarnaast brengen streekproducten veel minder CO2-uitstoot met zich mee. Om ze hier te krijgen heb je immers geen vliegtuig of vrachtschip nodig. Je haalt ze bij wijze van spreken zo op de fiets bij de dichtstbijzijnde groente- en fruitboer.’

'Eten uit je eigen streek is wel drie keer zo gezond als eten dat van verder weg komt'

Overigens is de mens geprogrammeerd om te eten wat er in zijn eigen omgeving groeit en bloeit. Dat zou je een stukje evolutietheorie kunnen noemen: net zoals een gekleurde huid beschermt tegen de hitte van de zon rondom de evenaar, is het menselijk lichaam gewend aan producten en ingrediënten die dichtbij huis voorhanden zijn. Daarom zijn Zuid-Europeanen vaak minder lang dan Noord-Europeanen, omdat hun voeding voor een groot deel uit olie en koolhydraten bestaat, terwijl wij bijvoorbeeld veel calcium nuttigen. Als je dat weet, waarom zou je je voedsel dan van ver halen?

Populariteit

Hoewel er nog een hele weg te gaan is, concludeert Van Eerd verheugd dat streekproducten steeds meer in trek komen. ‘Dat hebben we deels te danken aan Covid-19. Immers: door die wereldwijde pandemie zijn mensen veel bewuster gaan leven en hebben ze meer aandacht voor hun eigen gezondheid. Ze zijn beter geïnformeerd dan ooit. Daarnaast zijn ze bereid om wat meer te betalen voor kwaliteit. Dus kiezen ze lang niet altijd meer voor de prijsvechters, maar steeds meer voor groenten en fruit uit het eigen dorp. Een hele vooruitgang.’

Van Eerd verwacht dat deze trend zich in de toekomst zal voortzetten. ‘Mensen zullen zich steeds bewuster worden van wat wel en niet goed voor ze is. Op enig moment zullen ze steeds meer als eis gaan stellen dat er lokaal wordt ingekocht. Niet alleen uit gezondheidsoverwegingen, ook omdat het veel beter is voor het milieu. Helaas kunnen we dat niet alleen: we hebben er producenten, overheden, verkopers en consumenten voor nodig. Alleen samen kunnen we Limburg nog beter, gezonder en smaakvoller maken.’

Tekst: Wiel Beijer